Stel je voor dat een klein hoopje levende cellen in een laboratorium precies hetzelfde doet als jij op een regenachtige zondagmiddag: een potje Doom spelen. Wat klinkt als een scene uit een sciencefictionfilm, is nu werkelijkheid geworden. Het is niet alleen een bizarre prestatie, maar ook een teken dat de grens tussen biologie en technologie sneller vervaagt dan we dachten.

De opmars van de biologische computer

Ik volg de ontwikkelingen in de AI-wereld op de voet, maar dit project van Cortical Labs gaf me echt kippenvel. Ze hebben een chip ontwikkeld waarop 800.000 menselijke hersencellen groeien. Deze cellen communiceren met elkaar via elektroden, waardoor ze signalen kunnen ontvangen en versturen naar een computer.

Waar het team voorheen jaren nodig had om de cellen een simpel spelletje Pong te leren, lukte het een onafhankelijke ontwikkelaar nu om ze binnen één week aan het moorden te krijgen in de klassieker Doom. En dat simpelweg door de programmeertaal Python te gebruiken.

Wat maakt deze cellen zo bijzonder?

  • Snelheid van leren: Hoewel ze nog niet zo goed schieten als een mens, leren deze biologische netwerken veel sneller dan traditionele computersystemen.
  • Energiezuinigheid: Je hersenen verbruiken minder stroom dan een gloeilamp, terwijl een supercomputer een hele stad aan energie nodig heeft.
  • Aanpassingsvermogen: In tegenstelling tot silicium kunnen deze cellen omgaan met onvoorspelbare situaties.

Het mysterie van de 'ogenloze' gamer

Er zit een fascinerende nuance aan dit verhaal die velen over het hoofd zien. De hersencellen hebben geen ogen en geen bewustzijn zoals wij dat kennen. Toch "begrijpen" ze wat er van hen verwacht wordt door middel van elektrische feedback. Als ze een vijand raken, krijgen ze een specifiek signaal; missen ze, dan is de feedback anders.

Het is alsof je in een donkere kamer staat en door middel van zachte tikjes op je schouder leert hoe je de uitgang vindt. Het resultaat? De cellen spelen nu al beter dan een computer die willekeurig op knopjes drukt.

Wat hebben wij hieraan in het dagelijks leven?

Je vraagt je misschien af of we binnenkort een "brein-chip" in onze laptop hebben. Dat duurt nog wel even, maar de toepassingen zijn dichterbij dan je denkt. Wetenschappers kijken nu al naar:

  • Protheses: Robotarmen die direct worden aangestuurd door levende cellen voor een natuurlijke beweging.
  • Medicijnen testen: Nieuwe pillen testen op een chip met jouw eigen cellen, zonder dat er proefdieren aan te pas komen.
  • Hybride AI: Computers die menselijke intuïtie combineren met digitale rekenkracht.

De volgende keer dat je een game opstart, bedenk dan dat er ergens in een lab een schaaltje met cellen zit dat misschien wel jouw highscore probeert te verbreken. Zou jij een computer vertrouwen die deels uit menselijke cellen bestaat, of gaat dit een stap te ver voor jou?