Iedereen die wel eens iemand heeft verloren, weet dat tijd de scherpste randjes eraf haalt. Maar voor ongeveer 5 procent van de mensen lijkt de klok simpelweg stil te staan. In mijn werk zie ik vaak hoe frustrerend het is als de omgeving roept dat het nu wel eens "klaar" moet zijn, terwijl het van binnen nog voelt als de eerste dag.
Nieuw onderzoek werpt een verassend licht op waarom sommige mensen letterlijk vastlopen in hun verdriet. Het is geen gebrek aan wilskracht, maar een specifieke neurologische reactie die we nu prolonged grief disorder (PGD) noemen. Het lijkt erop dat het brein een soort biologische blokkade opwerpt die herstel in de weg staat.
Het beloningssysteem dat weigert los te laten
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, lijkt een brein met langdurige rouw niet op dat van iemand met een depressie. Onderzoekers ontdekten dat bij mensen met PGD de nucleus accumbens — het gebied in je hersenen dat gaat over beloning en motivatie — hyperactief reageert op herinneringen aan de overledene.
- Biologische fixatie: Het brein blijft hunkeren naar de overledene alsof het een verslaving is.
- Filterproblemen: Het geheugen blokkeert positieve nieuwe ervaringen om de focus op het verlies te houden.
- Vastgelopen navigatie: De natuurlijke aanpassing die bij 95% van de mensen optreedt, vindt hier simpelweg niet plaats.
De 'verslaving' aan het verleden
Professor Richard Bryant merkte op dat het brein bij PGD "op slot" gaat op de overledene. Het slaagt er niet in om ergens anders nog voldoening of beloning uit te halen. Terwijl mensen met een trauma (PTSS) vaak triggers vermijden, zoeken mensen met PGD ze juist op. Het is een pijnlijk verlangen dat zichzelf in stand houdt. Het brein behandelt de herinnering als een actuele behoefte, waardoor de wond nooit de kans krijgt om te genezen.
Hoe weet je of het 'gewone' rouw is?
Er is veel discussie over de vraag wanneer verdriet een "stoornis" wordt. In Nederland houden we vaak vast aan het idee dat iedereen op zijn eigen tempo rouwt. Maar er is een nuance: bij PGD is er geen sprake van beweging. Waar gewone rouw golft, voelt PGD als een stilstaand, diep moeras. Het grootste verschil zit in de emotionele regulatie: het onvermogen om ook maar enig plezier te putten uit een wandeling in het bos of een kop koffie met een vriend.
De wetenschap kan dit nu zelfs voorspellen. Scans laten zien dat een sterke verbinding tussen de amygdala (ons angstcentrum) en de gebieden die ons gedrag filteren, een indicator is dat het verdriet na een jaar alleen maar zal verergeren in plaats van verbeteren.
Wat kun je hier zelf mee?
Als je merkt dat jij of een naaste na lange tijd nog steeds volledig wordt opgeslokt door het gemis, is het belangrijk om te weten dat standaard antidepressiva vaak niet werken voor PGD. Wat wel helpt, is specifieke rouwtherapie die zich richt op het herprogrammeren van dat beloningssysteem. Een praktische tip die vaak wordt overgeslagen:
Probeer dagelijks korte momenten van "micro-beloningen" in te bouwen die totaal losstaan van je verleden. Dit helpt je hersenen om langzaam weer nieuwe neurale paden aan te leggen voor plezier, hoe klein ook. Het gaat niet om het vergeten van de dode, maar om het "ontwaken" van je eigen brein.
Vind jij dat we rouw te snel als een 'stoornis' bestempelen, of is deze wetenschappelijke erkenning juist een opluchting voor wie vastzit? Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen in de reacties.