Stel je voor: je schrijft over de toekomst van het internet terwijl je zelf nog nooit een computer hebt aangeraakt. Het klinkt als een grap, maar dit is precies hoe William Gibson de blauwdruk voor onze huidige digitale wereld ontwierp. Nu Apple TV+ met een peperdure serie komt, vroeg ik me af: is zijn meesterwerk Neuromancer nog wel relevant in een tijd waarin we allemaal een supercomputer in onze broekzak hebben?
Toen ik het boek na twintig jaar weer oppakte, voelde de start eerlijk gezegd een beetje stroef. Het verhaal over een ex-hacker die door duistere bars dwaalt, voelde aanvankelijk als een echo van alles wat we al duizend keer hebben gezien in films als The Matrix. Maar toen gebeurde er iets waardoor ik mijn koffie bijna over de bank in Amsterdam liet vallen.
Het moment waarop fictie de realiteit inhaalt
Het omslagpunt voor mij was een scene waarin de hoofdpersoon in een hotel staat te bellen en de telefoon naast hem plotseling overgaat. Aan de andere kant van de lijn? Een AI. In 1984 was dit pure fantasie, maar in 2025, waarin we dagelijks communiceren met algoritmen, voelt het ongemakkelijk dichtbij.
Wat Gibson destijds omschreef als "cyberspace" – een term die hij nota bene zelf populair maakte – is nu gewoon onze dagelijkse realiteit op de Amsterdamse Zuidas of de tech-hubs in Eindhoven. Maar er is een nuance die velen over het hoofd zien.
- De Turing-politie: In het boek bestaat er een speciale eenheid die AI's in de gaten houdt. Gezien de huidige discussies over AI-wetgeving in Europa, was Gibson zijn tijd veertig jaar vooruit.
- Data als munteenheid: Lang voordat we van Bitcoin of dataharvesting hoorden, begreep Gibson al dat informatie waardevoller zou worden dan goud.
- De sfeer: Het voelt niet als een glimmende toekomst, maar als een rauwe, herkenbare wereld waar technologie soms eerder een last dan een zegen is.
De paradox van de typmachine
Het meest bizarre feitje? Gibson schreef dit visionaire boek op een ouderwetse typmachine. Hij had geen flauw idee hoe een modem werkte. Hij luisterde simpelweg gesprekken af van programmeurs in hotelbars en stale hun jargon. "Interface" als werkwoord gebruiken? Het was voor hem pure poëzie, ook al begreep hij de techniek erachter niet.
Dit verklaart waarom het boek nog steeds werkt. Het gaat niet om de exacte bits en bytes, maar om het menselijke gevoel in een kille, digitale wereld. Het werkt als een filter voor onze eigen angsten over waar we als maatschappij naartoe gaan.
Mijn tip voor wie het gaat lezen: Doe het rustig aan. Dit is geen snelle hap die je even tussendoor leest in de trein naar Utrecht. Het is een sfeervol kunstwerk dat pas echt tot leven komt als je de tijd neemt voor de details.
Neuromancer is geen verouderd relikwie, maar een spiegel die ons nog steeds een scherp beeld voorhoudt. Ik ben benieuwd: zien jullie de wereld van Gibson al om je heen in het dagelijks leven, of valt het volgens jullie wel mee met die digitale dystopie?