Stel je voor dat je op je werk komt en hoort dat jij verantwoordelijk bent voor een ecologische ramp van continentale proporties. Het overkwam mij in de herfst van 1995 toen een dodelijk virus uit een streng beveiligd laboratorium ontsnapte. Plotseling was ik niet meer die jonge journalist, maar de man die een compleet ecosysteem op zijn kop zette.
De paniek die volgde, was niet alleen een mediahype; het was een nationale crisis waarbij zelfs de politieke top zich ermee bemoeide. Hier is hoe een simpele reportage veranderde in een achtervolging door de Australische outback.
Het virus dat niet mocht ontsnappen
Australië worstelde al decennia met een enorme plaag van verwilderde konijnen die het land kaal vraten. De oplossing van de overheid? Het dodelijke rabbit calicivirus. Het plan was simpel: testen op een afgelegen eiland om te zien of het veilig was voor andere diersoorten. Maar zoals vaak bij de natuur, liet het virus zich niet opsluiten.
Toen het nieuws lekte dat het virus de oversteek naar het vasteland had gemaakt, sprong ik met een fotograaf in de auto. We wilden de eersten zijn. We zagen de gevolgen met eigen ogen:
- Veldslag in de wei: Overal waar we keken, lagen dode konijnen verspreid over het gortdroge landschap.
- Geïmproviseerde laboratoria: Wetenschappers voerden in schuren autopsies uit om de verspreiding te begrijpen.
- Angst in de industrie: Jagers en hoedenmakers (denk aan de beroemde Akubra-hoeden) zagen hun hele inkomen verdampen.
De dag dat ik de "Bunny Killer" werd
Het bizarre moment kwam toen het virus plotseling opdook in Yunta, een minuscule stip op de kaart, honderden kilometers verderop. De officiële verklaring van de hoofddierenarts? Twee journalisten hadden het waarschijnlijk verspreid. Ik was een van hen.
Ineens was ik wereldnieuws. In het parlement werd zelfs geopperd dat ik als straf aan het 5.600 kilometer lange "hondenhek" moest gaan werken. Mijn vrienden gaven me het boek Watership Down cadeau en mijn collega's noemden me nog jarenlang spottend de "Bunny Killer".
Was het toeval of een fout?
De wetenschappers kwamen later met een geruststellende (of misschien dekkende) theorie: bromvliegen hadden het virus overgedragen via de luchtstromen. Maar het blijft vreemd dat het virus precies opdook op de plekken waar ik net was geweest om interviews af te nemen. De nuances van deze ontsnapping zijn tot op de dag van vandaag voer voor complotdenkers.
De keerzijde: Een onverwachte heldenstatus
Hoewel de media mij neerzetten als een klungel die een virus verspreidde, zagen de boeren in de outback dat heel anders. Voor hen was de konijnenplaag een existentiële dreiging. In de eerste maanden na de uitbraak stierven er 10 miljoen konijnen; uiteindelijk werden dat er honderden miljoenen.
Jaren later bezocht ik een veehouderij in Centraal-Australië waar 20.000 konijnenholen waren gereduceerd tot nul. Toen de eigenaar hoorde wie ik was, moest ik mijn handtekening zetten in het gastenboek, nog boven die van de gouverneur-generaal. Voor hem was ik geen schurk, maar de man die hem zijn land teruggaf.
Wat vind jij: moeten we virussen inzetten om ecologische fouten uit het verleden te herstellen, of spelen we dan voor god met te grote risico's? Laat het weten in de reacties!